Waar ben ik mee bezig?

Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Die gedachte flitst er door mijn hoofd als ik een Limburgse heuvel beklim met mijn racefiets. Wat doe ik hier? Waarom doe ik mezelf dit aan? Ik draai om, ik lijk wel gek. Ik ga terug naar het hotel.

Maandagochtend, rond de klok van 9 uur pak ik mijn racefiets. Helmpje op, zonnebril op. Het zonnetje schijnt. Ik vertrek vanuit Gulpen voor een soloritje. Even een uurtje rijden. Genieten van het Limburgse heuvellandschap. Vanuit Partij pak ik de weg via Mechelen naar Epen. Bekend terrein. Ik heb hier jaren geleden gewandeld in de regen. Vandaag is het lekker weer. Fris ochtend zonnetje. De weg loopt door het glooiende landschap. Dan weer beetje naar beneden, dan weer een klein heuveltje op. In mijn herinnering is dat hier zo. Ik denk nog: “Dit is prima te verteren, makkie!”

Ik daal af vanuit Epen. De vriendin waarmee ik in Limburg was, zei de dag ervoor nog: “What goes down, must go up!” Op dat moment helemaal niet mee bezig. De weg voor me alleen in de vroege ochtend. Ik nader Camerig. Op weg richting het Vijlenerbos. Er doemt een heuvel voor me op. “Oh die is pittig”, denk ik. Ik schakel terug, 34-28. Go Channie! Een paar honderd meter verder denk ik “Wat doe ik hier?” Mijn benen verzuren. Wat heb ik me nu weer op mijn hals gehaald. Zal ik teruggaan naar het hotel? Dan flitst er door mijn hoofd dat mevrouw “die in het hotel achtergebleven was” over een aantal weken vier keer Alpe d’Huez op gaat rijden. Vier keer 14 kilometer klimmen. Wat zeur ik toch?

Ik zet aan en klim gestaag verder. Op het moment dat ik denk nu heb ik het wel gehad, blijkt het nog even door te gaan. Nog verder klimmen. Ik passeer Camerig. Het lijkt hier echt op het buitenland. Kronkelige weg door het bos, af en toe een bocht met een prachtig vergezicht. Op een enkele auto en wandelaar niemand te bekennen. Mijn ademhaling is zwaar. Ik geniet.

Bijna anderhalf uur later ben ik bij het hotel. Ik besluit de Gulperberg er ook nog even bij te pakken. Met 25km/u kom ik aangereden. Het bordje “14%” lacht me toe. Ik laat me niet kennen. Een stukje verder sta ik zowat stil. Met elke trap van mijn pedalen, draaien mijn wielen een stukje. “Blijven trappen”, moedig ik mezelf aan. Als je niet trapt, sta je stil en val je om. 6km/u. Ik kan net zo goed gaan wandelen. Nee Chan, je doet dit fietsend. Nog 25 meter. Buiten adem draai ik bovenaan rechtsaf. De weg naar beneden richting Gulpen. Links van me zie ik de heilige Maria staan op haar voetstuk. Euforie.

Zodra ik bij het hotel in mijn remmen knijp, voel ik me heerlijk. Ik mezelf weer een grens over geduwd. I love it. Klaar voor een volgende stap.

3 replies to “Waar ben ik mee bezig?”

  1. Yes, dit is waarom je die bus al hebt gehuurd, hiervoor ga je naar de Alpjes toe, beetje infietsen, downhill sjezen, aanzetten in het kuiltje en vervolgens helemaal stilvallen. Die euforie ga je nog veel vaker meemaken. Go Channie Go Go !

    Vorig jaar de 10.000km gedaan, dit jaar de 10.000 hoogtemeters verslaan :P ?

Leave a Reply