Mijn liefde voor de wielersport

Toen ik een klein kind was, was ik altijd een beetje jaloers op ‘Jantje’. Hij heette eigenlijk Jan, maar we hadden allebei de respectabele leeftijd van 10 nog niet bereikt. Vandaar was het gewoon Jantje. Jantje was mijn buurjongen. De reden waarom ik een beetje jaloers was, Jantje had een mooie glimmende racefiets. Donkerrood als ik me goed herinner. Ook had hij ‘echte’ wielerkleding. Zwarte broek, zwart/wit geblokt shirt. ‘Peugeot’ stond er op. Hennie Kuiper reed voor die ploeg. Jantje reed wedstrijden. Aansprekende koersen waren het niet. Ondanks zijn mooie racefiets, is Jantje nooit een bekende wielrenner geworden.

Op die leeftijd duurde het wielerseizoen wel geteld 3 weken. Ergens midden in de zomer vond dat wielerseizoen plaats in Frankrijk. Le Tour de France. Het was de enige koers die je kende. Andere wedstrijden bestonden simpelweg niet. Joop Zoetemelk was de beste. Vond je. Alleen jammer dat er altijd wel iemand sneller was dan hij. Joop werd altijd tweede. In het algemeen klassement dan. Etappes werden ook door landgenoten gewonnen. In zwart/wit op televisie. Of je luisterde op de radio naar Theo Koomen. Theo wist het radioverslag een dusdanige draai te geven dat het eigenlijk meer weghad van een luisterboek.

Jaren later had ik zelf een ‘racefiets’. Nou ja het moest er op lijken. Eigenlijk was het een sportfiets zonder spatborden met een stuk of 6 versnellingen. Ik kon er wel hard op fietsen. Ik had woonruimte in Amersfoort en ging in de weekenden naar mijn moeder in Driebergen-Rijsenburg. Onderweg een keuze maken welk ‘bergje’ je nu weer eens zou pakken. Rechtsaf richting de pyramide van Austerlitz, meteen na de stoplichten een stuk heuvel op. Of nog even doorrijden en de Maarnse Berg pakken. Of via Doorn. Na een tijdje begaf mijn fiets het. Een nieuwe kwam er niet meer.

In de jaren daarna volgde ik de wielersport thuis op de bank televisie kijkend. Ik leerde meer koersen en rondes kennen. Het wielerseizoen duurde nu van het voorjaar tot het najaar. Het enige pedaalwerk wat er nog plaatsvond was in de sportschool. 15 min op een ‘bike’. Je trapte je suf en kwam geen centimeter verder. Eerder dit jaar stopte ik met fitness. Ik wilde de buitenlucht in. Mijn eigen moment van sport kiezen. Niet vastzitten aan openingstijden van een sportschool. Ik ging hardlopen. Na ruim twee maanden trok mijn lichaam aan de handrem. Ik kreeg last van mijn knie. Het bleek geen gelukkig huwelijk. Lichamelijk gezien.

allez

De wielersport lonkte weer. Verleidelijk kijkend. En ik geef me weer gewonnen. Binnenkort hoop ik een mooie fiets te kunnen kopen en kilometers te gaan maken. Ik heb er zin in!